In deze rubiek bespreekt Henk de Boer vooral cd's van muzikanten die in onze club optraden of zullen optreden. Daarbij wordt getracht zoveel mogelijk achtergrond- en speelinformatie over de cd te geven - al blijft de uiteindelijke beoordeling vanzelfsprekend toch een zeer persoonlijke...

Dat een jazzmuzikant zich met 78 jaar nog met zoveel enthousiasme in zijn muziek stort wordt niet zo vaak vertoond, ook al gingen enkele prominenten hem daarin wel voor. Giganten als Benny Carter en Lionel Hampton speelden zelfs nog tot na hun 90e jaar en ook trombonist Spiegele Wilcox nam op 91-jarige leeftijd een cd op met de veelzeggende titel 'Jazz keeps you young'. Klarinettist en sopraansax-veteraan Dim Kesber heeft hierin duidelijk zijn eigen formule gevonden en omringt zich al jarenlang met veel jongere, getalenteerde jazzmuzikanten. Hetgeen blijkt te resulteren in een alleszins vruchtbare wisselwerking.
De Augmenters (uiteraard een akkoorden-woordspeling op zijn eigen naam Dim) bestaan uit vijf afgestudeerde musici van het Haags of Rotterdams Conservatorium: Ellister van der Molen op trompet of bugel, Jasper Soffers op piano, Vincent Koning op gitaar, Noah Nicoll op bas en René Winter op drums. Alle 12 arrangenmenten zijn van Noah Nicoll en proberen terecht, ondanks de titel, geen nagebootste Ellingtoneske klankkleur neer te zetten. Het blijven gewoon eigen en alleszins swingende interpretaties van de composities van de Duke. Waarbij vooral Ellister van der Molen zich opnieuw ontpopt als een vanzelfsprekend klinkend talent die soberheid weet te koppelen aan maximale uitdrukking.
Dim weet daarbij steeds op een logische wijze in het geheel te mengen en neemt dan als vanouds de lead op zich. Alleen mis ik op deze cd toch een beetje zijn meer vloeiende tenorsound die op vorige cd's een grotere afstand tot de trompet wist te creëren en daarmee ook een ruimere klankdiversiteit. Dim Kesber mag dan afkomstig zijn uit de Dixieland - hij was een van de eersten die door Peter Schilperoort voor zijn prille Dutch Swing College Band werd gevraagd - en iemand met een voorliefde voor de blues, eigenlijk is hij in zo'n beetje alle jazzvormen geïnteresseerd en geeft zijn in de loop van vele jaren vergaarde kennis dus graag aan de jonge generatie door.
Het hoesje is enigszins merkwaardig: Dim ontspannen lezend in een omvangrijk boek over Ellington en geen muziekinstrument te bekennen. Gelukkig is de werkelijkheid toch anders... De cd is te bestellen via www.dimkesber.nl

Op zijn vorige cd 'From This Moment On' liet Johan Clement al horen over veel muzikale bagage te beschikken, waarmee hij samen met zijn begeleiders meeslepende jazzy constructies wist op te bouwen. Vooral in zijn eigen composities. En hoewel er op bepaalde momenten bij hem een heleboel noten voorbij kunnen komen werden die toch steeds verpakt in mooie melodische lijnen. Opvallend was tevens hoe hij ook bij de wat langzamer stukken de spanning langzaam, maar wel heel dwingend wist op te bouwen, iets waar ook iemand als Oscar Peterson zo'n meester in is.
Het verbaasde me daarom niet echt dat het nieuwste album van Johan - ook weer samen met Eric Timmermans op bas en Frits Landesbergen op drums - een 'tribute to Oscar Peterson' inhoudt. Met als titel 'On Request' die wat mij betreft helemaal passend is en waarschijnlijk verwijst naar het boeiende 'We Get Requests' van zijn grote voorbeeld. Vol verwachting laadde ik dus het zilverkleurige schijfje in m'n cdspeler en raakte al meteen in de ban... opnieuw verbaasd dat zo'n stukje plastic zoveel mooie en opwindende muziek kan bevatten.
Peterson heeft natuurlijk meer pianisten geinspireerd (en misschien nog veel meer geintimideerd), maar Johan Clement blijkt als geen ander werkelijk in diens huid te kunnen kruipen, overigens zonder zichzelf te verliezen. Het is daarmee een wat strakkere productie geworden dan zijn vorige cd, waarop nogal met diverse klankkleuren werd geëxperimenteerd. Dat maakt 'On Request' voor mijn oren eigenlijk boeiender omdat je je als luisteraar nu helemaal kunt concentreren op al die soepele notenbewegingen. Ongemeen swingend in de snelle nummers en met een prachtig touché in de langzame - zoals het mooie 'When Summer Comes'.
Frits Landesbergen en Eric Timmermans zorgen voor een mooi geaccentueerde begeleiding met strak getimede breaks en een enkele goed gedoseerde solo. Beiden zijn het exibitionisme voorbij en weten in de eerste plaats mooie dialogen aan te gaan met de 88 toetsen van Johan Clement. Evenals Oscar Peterson dat steeds met de leden van zijn befaamde trio's voor elkaar wist te krijgen, maar hier dan toch met een heel persoonlijke invulling. Een heerlijke cd dus... geschikt als swingende oppepper voor wanneer het tegenzit en een fijne sfeerbouwer tijdens een romantisch diner bij kaarslicht...

Al in 1941 maakte Sidney Bechet gebruik van het na elkaar opnemen met verschillende instrumenten - bekend als de 'overdubbing'-techniek - in een uitvoering van 'The Sheik of Araby' en natuurlijk waren er eind veertiger jaren ook de befaamde opnamen van gitarist Les Paul en echtgenote Mary Ford met nummers als 'Lovers' en 'Blueberry Hill'. Hoewel anderen uit de pop-scene dit soort technieken met graagte overnamen, werd een dergelijke diepgaande geluidsmanipulatie door jazzmusici vooral beschouwd als een aantasting van het improviserende karakter.
In de vijftiger jaren trad daar langzaam een kentering in en onder andere de pianisten Lennie Tristano en Bill Evans maakten er een dankbaar gebruik van, evenals het fameuze zangtrio Lambert, Hendricks and Ross in een album waarin zij alle blaasinstrumenten uit het Count Basie-orkest nazongen. Omdat men noodgedwongen gebruik moest maken van taperecorders die bij elke keer overdubben een flinke portie ruis toevoegden moest men zich echter in drie technische bochten wringen om toch nog een redelijke geluidskwaliteit te handhaven.
De digitale techniek lost dit probleem echter op en wanneer je dan - zoals in het geval van Frits Landesbergen - voortreffelijk meerdere instrumenten beheerst staat niets je in de weg om in je eentje een fantastisch trio of kwartet te vormen. Bij de cd 'Groovy Mallets' uit 1991 was zijn benadering door met Edwin Corzilius eerst het ritme vast te leggen en daar de piano en vibrafoon 'overheen te leggen'. Eenzelfde methode werd op de jongste cd 'Just me'... toegepast. Edwin 'plays the bass' en Frits 'does not play the bass' zoals het achterop de hoes vermeld staat.
Het is - hoe kan het anders - een heerlijk swingende cd geworden, waarbij het eerste nummer - de eigen compositie 'Roundtrip' - wat dit betreft al de toon zet. Frits ontpopt zich hier inderdaad tevens als een uitmuntende pianist. Naast fraaie standards als 'It don't mean a thing...', 'Giants Steps' en 'Tangerine' zijn het vooral eigen stukken. Vaak toch ook met de wat bedachtzame toonzetting die vanzelfsprekend doet denken aan het Modern Jazz Quartet. Met mooie lyrische solo's van Edwin Corzilius, die daarnaast tevens een prachtige en vaak intrigerende begeleiding neerzet.

Er zijn zangstemmen met een onweerstaanbare natuurlijke expressie en Lils Mackintosh is voor mij hiervan een sprekend voorbeeld. Waarbij zij zich wat dit betreft dus in goed gezelschap bevindt, want ook de grote drie, Ella, Sarah en Billie, behoorden tot deze categorie. Vooral de verwantschap met Billie Holiday blijkt sterk en op haar wondermooie cd 'In The Wee Small Hours Of The Morning' is dat ook heel goed te horen. Daarbij had ik echter toch een beetje het gevoel dat zij zich hiermee een soort 'format' oplegde waarmee ze niet helemaal voluit kon gaan.
Op haar laatste cd kan ze dat echter wel degelijk en het resultaat is een prachtig, van intiem tot uitbundig document van een van de topzangeressen in ons land. In de vorm van warme en tegelijk uitermate swingende verhalen die door iedereen zijn te verstaan. In de eerste plaats door het plezier dat zijzelf zo overduidelijk aan haar zingen beleeft - ze fluistert een ballad als het ware in je oor, om je in een volgend nummer dwingend naar de dansvloer te leiden. Met de ontroerende Billie Holiday-song 'Don't explain' als een expliciete liefdesverklaring aan haar partner Wouter Kiers.
In 'Love me or leave me' valt me vooral het ingehouden spel van Kiers op, terwijl in het opvolgende 'What a little moonlight can do' en in 'Moonglow' zijn meer uitbundige bijdragen juist weer heel essentieel zijn. Zoals trouwens ook in 'You do something to me', waar hij op een geweldige manier de smeltende saxofoon van de 20er en 30e jaren neerzet... Het openings- en tevens titelnummer 'Comes Love' - voor Hans Dulfer - zet meteen al de toon met z'n onweerstaanbare swing, net als 'The best thing for you' dat ook de sterke beat van bassist Harm Wijntjes even uitvergroot ten gehore brengt.
Opvallend voor de gehele cd is de vanzelfsprekende samenhang van de zangeres met de haar begeleidende musici, die behalve de al genoemden bestaan uit pianist Leo Bouwmeester, met de hem kenmerkende mooi heldere speelstijl, en Maarten Kruiswijk op drums, die zich hier een meester toont in de understatement. Al met al een cd die ik na de slotakkoorden van Parker's 'Scrapple from the apple' gewoon weer opnieuw draaide... Nog beter is echter om op www.lilsmackintosh.nl te gaan kijken waar Lils en haar Nobody's Band in het echt optreden...

De titel, die vanzelfsprekend te maken heeft met het muzikale grapje van verminderde (dim) akkoorden tegenover vermeerderde (augmented) kan ik niet echt spannend vinden. Maar spannend en vooral swingend is wel degelijk van toepassing op de muziek op deze zojuist uitgekomen cd. Dat Dim Kesber met zijn 76 jaar nog steeds zijn (blue)notes goed op een rij heeft kunnen de ontelbare bezoekers van jazzpodia van Europa tot Japan zonder meer beamen, maar een apart aspect is toch ook zijn samenspelen met zoveel jong talent.
Daarvan genieten gitarist Vincent Koning en pianist Peter Beets inmiddels een internationale bekendheid, terwijl bassist Noah Nicoll en drummer Barry Olthoff zich eveneens laten kennen als uitmuntende muzikanten. Het is echter vooral de jongste van het ensemble, Ellister van der Molen die een extra spotlight verdient vanwege haar inspirerende en briljante spel op trompet en op haar nieuwe bugel. Door veel trompettisten wordt dit laatste instrument er vaak even bij gedaan voor de ballads. Ellister echter weet er een krachtig blaas-instrument van te maken met een goede uitbouw van het eigen karakter ervan.
Wat Dim zelf betreft blijkt zijn embouchure nog steeds even krachtig. Gelukkig heeft hij voor deze sessie ook de tenorsax uit de koffer gehaald, want vooral daarop toont hij zich een sterke swinger. Zijn aanzetten op sopraansax hebben voor mij altijd wat trompetachtigs, maar vooral op het mooie en helaas actuele nummer ‘Do You Know What It Means To Miss New Orleans’ weet hij deze toch mooi te nuanceren. Met hierop aansluitend trouwens een prachtige pianosolo van Peter Beets, die in alle nummers perfecte verbindingen tussen de overige spelers verzorgd.
De nummerkeuze is een zeer gevariëerde. Naast - hoe kan het anders - blues, staan nummers van Ellington en Stayhorn, een enkel bopnummer, een oudere popsong als ‘It’s Only A Papermoon’ en het weemoedige ‘Nuages’ van Django... op een prachtige wijze vertolkt door gitarist Vincent Koning. Verder de oude topper ‘Tennesee Waltz’ in een eigenwijs jasje en een gezamenlijk arrangement door Kesber en Beets van ‘Glory Hallelujah’. Het hele album werd in slechts twee dagen in de studio opgenomen en dat is te merken aan het spontane karakter ervan. Tegelijk echter klinkt het orkest als een goed geoliede machine en dat zegt iets over de kwaliteit van de muzikanten.
Dit is de eerste cd van Xandra Willis en daaraan is duidelijk te horen dat ze niet van half werk houdt. Het blijkt namelijk een zeer volwassen registratie te zijn van een geschoolde en bevlogen zangeres die duidelijk weet wat ze wil. Als dochter van een allround pianist studeerde zij in 1998 cum laude af aan het Rotterdamse conservatorium en een jaar eerder won zij de Erasmus Jazz Prijs. Jarenlang heeft ze geschaafd aan haar repertoire dat naast de jazz ook duidelijke soulinvloeden bevat. Tot haar grote voorbeelden hoorden dan ook Aretha Franklin en Chaka Khan.
Wie haar huidige zelfverzekerde optreden heeft meegemaakt kan zich haast niet voorstellen dat ze in vroeger jaren te verlegen was om zelfs bij schoolbandjes op te treden en ook bij het voorzingen op het conservatorium barstte ze in tranen uit van de spanning. Misschien is het juist iets van die emotionele achtergrond die aan Xandra's zingen zo'n intense lading meegeeft, om het even of het een uptempo openingsnummer als 'My shining hour' betreft, een eigenwijze uitvoering van 'As time goes by' of van Ellington-composities als 'In a mellow tone' of 'Solitude'.
De cd bevat eveneens een drietal sterke eigen composities die de zangeres samen met trompettist Jan van Duikeren schreef. Laatstgenoemde verzorgde tevens de productie, die in een zestal dagen werd opgenomen met sterk wisselende bezettingen. Van een kwartet met Rob van Kreeveld aan de piano - soms aangevuld met de saxofoon van Jan Menu of van Benjamin Herman - tot een min of meer complete big band. Dat geeft het album overigens wel een beetje een onrustig karakter...De cd kwam uit bij Munich Records.

Een redelijk pretentieuze naam, maar na het beluisteren van deze eerste cd van deze Haagse small big band 'Live in Sociëteit De Witte' kan ik niet anders concluderen dat ze inderdaad in alle opzichten voor hun examen geslaagd mogen heten. Wat een heerlijk swingende muziek weten deze acht muzikanten neer te zetten. Jazz tot zeg maar de vijftiger jaren was toch vooral bedoeld om op te dansen en bij deze 'graduates' is het beslist heel moeilijk om stil op je stoel te blijven zitten.
Voor een deel is dat te danken aan de voortreffelijke ritmische ondergrond die met een sterke slaggitaar direct doet denken aan de fameuze Basie-band. Wat je beluistert is echter bepaald geen imitatie, maar een heel eigen geluid dat mede vorm wordt gegeven door het voorteffelijke solospel van alle leden van de saxsectie op alt, tenor en baritonsax. Speciale vermelding geldt daarbij toch wel het gevoelige trompetspel en de swingende vocals van Hans Eekhoff.
Ben ik hier dus lyrisch over? Nou en of! Voor een deel door zulke prachtige vertolkingen van nummers als 'Mighty like the Blues', 'Out of Nowhere' en mijn favoriete nummer 'It's the Talk of the Town'. Maar eigenlijk is alles de moeite meer dan waard, vooral door het aanstekelijke enthousiasme van alle muzikanten. Deze cd komt dan ook te staan in de speciale afdeling van muziek die ik draai wanneer de dingen niet helemaal gaan zoals ik graag zou willen. Kortom wanneer ik last heb van de 'blues'.
De cd werd onder eigen beheer uitgebracht en is voor 15 euro in Den Haag bij Paagman en bij Diskabinet te koop. In overleg zal ikzelf als tussenpersoon fungeren bij verkoop in onze jazzclub tegen een speciale prijs van 10 euro
Vorig jaar was ze nog te zien en enthousiast te horen op het Goois Jazzfestival - Madeline Bell met een groot gospelkoor. Daar liggen dan ook haar 'roots', het zingen in scholen en kerken... Via een rol in de musical Black Nativity kwam ze naar Engeland waar ze in 1979 grote bekendheid verwierf naast Vicky Brown in Tom Parker's 'The Young Messiah'. Ze woont op het moment in Spanje, maar bezoekt gelukkig regelmatig Nederland waar ze met groot succes optreedt met tal van musici als Frits Landesbergen, Cor Bakker en Louis van Dijk.
Met de twee eerstgenoemden, samen met Edwin Corzilius op bas, Jeroen de Rijk op percussie, Peter Tiehuis op gitaar en een sfeervol strijkersensemble maakte ze een gevarieerde kerstplaat, Blue Christmas. Mooie gedragen songs wisselen hierop af met lichtelijk swingende nummers en er is zelfs een onversneden bluesy kerstman te bespeuren - Santa Claus Got The Blues. Het is op dit moment alweer kerstmis geweest, maar dat maakt deze cd eigenlijk niet zoveel uit. Zowel de muziek als de mooie stem van Madeline Bell is tijdloos en blijft dus zeker goed tot het volgend jaar...
Verkrijgbaar via de site van producer Baileo
Jan Verwey is niet alleen een buitengewoon bescheiden en beminnelijk mens, maar bovenal een fantastisch muzikant. En hoewel zijn instrument, de mondharmonica, vooral grote bekendheid geniet door ons aller Toots Thielemans, is Jan bepaald geen navolger van de beroemde Belg, maar iemand met een heel eigen sound en richting. Dat was al eerder duidelijk met zijn Miles Davis Project en nu dus met een soortgelijk 'project' dat aan een nog eigenzinniger componist/muzikant is gewijd, namelijk Thelonious Monk, naast Parker en Gillespie mede-grondlegger van de 'bop'.
Diens 'Round Midnight' en 'Straight No Chaser' groeiden uit tot ware wereldhits en ontbreken uiteraard ook niet op Jan's nieuwste cd 'Jan Verwey plays Thelonious Monk'. Het eigene ervan laat zich al kennen doordat het eerst genoemde nummer hier uitsluitend op gitaar wordt gespeeld - op een weergaloze wijze door Olaf Tarenskeen (die bij mij meteen herinneringen opriep aan de geweldige Braziliaanse gitarist Baden Powell). Bijzonder aan de rest van de cd is het feit dat behalve Jan's eigen kwartet ook het Gustav Klimt strijkkwartet meewerkte.
Het geeft de muziek een melodieus, symphonisch karakter waarin de typische klank van de chromatische mondharmonica wonderwel blijkt te passen. Daarbij geholpen door de geweldige arrangementen van Rob Horsting en Henk Meutgeert. Het resultaat is een heerlijke cd die de lastige composities van Monk niet alleen voor een breed publiek toegankelijk maakt, maar dat vooral fijne en sfeervolle muziek oplevert. Aparte vermelding verdient daarbij ook de eigen compositie van Jan Verwey 'It's Almost Midnight' dat op een heerlijke manier tegen 'Round Midnight' aanleunt.
Het zijn bepaald niet de gemakkelijkste nummers die Sanna van Vliet voor haar eerste cd 'Insight' heeft uitgekozen, dat is meteen al duidelijk bij de openings-song, 'So in Love' van Cole Porter. Haar warme stemgeluid blijkt zich daarbij ook heel zuiver in de hogere regionen te kunnen bewegen. Met name het derde nummer, een eigen compositie, laat een knap staaltje van haar vocale kunnen horen en hierbij begeleid ze zichzelf - zoals in vijf van de dertien nummers - ook nog eens uitstekend op piano. Op de overige nummers neemt Bob Wijnen de toetsen voor zijn rekening.
Variatie genoeg op deze cd... zo speelt op een tweetal nummer ook het Gustav Klimt strijkkwartet mee, in een sfeervolle samenwerking met de heerlijke gitaar van Axel Hagen. Ook saxofonist Simon Rigter weet zich op een drietal nummers uitstekend in te passen, zoals in het romantische 'My Foolish Heart' van Gordon Jenkins, waarbij zijn tenorsax moeiteloos versmelt met de ontspannen scattende Sanna. Haar lenige stem heeft duidelijk een gedegen scholing achter de rug, maar hoewel ze zelf verklaart door jazz gefascineerd te zijn, is ze toch niet echt een jazz-zangeres.
Haar stem is daarvoor nog een beetje te mooi, te rond en ook niet helemaal 'bluesy' genoeg. Wel weet ze een song met verve en mooi verhalend over het voetlicht te brengen en zijn ook de drie door haar zelf geschreven nummers alleszins de moeite waard. Het heeft in elk geval geresulteerd in een plezierig klinkende cd waarbij sterk verhalende songs worden afgewisseld met lekkere swingers. Dit mede door de goede begeleiding - naast de al genoemde musici verder bestaand uit afwisselend Jos Machtel en Gulli Gudmundsson op bas en Eddy Lammerding op drums.
Piet Noordijk behoeft geen krans, maar hij heeft dan ook al ruim 50 jaar actieve jazzbeoefening achter de rug. Onder andere bij alle belangrijke vaderlandse orkesten als Ramblers, The Skymasters en vooral het Metropole Orkest waar hij jarenlang eerste altsaxofonist was. Als onvervalste Rotterdammer is hij verder bepaald meer doener dan filosoof en dat kenmerkt zeker ook zijn spel dat over het algemeen dat van een recht door zee bebopper mag gelden. Toch gaat hij muzikale uitstapjes zeker niet uit de weg, zoals zijn vorige cd 'Piet Plays Sinatra' ook al aantoonde.
'Pete's Groove' gaat een duidelijk andere richting in... Als een bewuste handreiking naar een jonger publiek wordt hierin niet zozeer terugegrepen op de complexe schema's van Piet's grote voorbeeld Charlie Parker, maar vooral op de veel directere vorm van de 'soul', zoals indertijd verklankt door onder andere altsaxofonist 'Cannonball' Adderley, hammondgrootheid Jimmy Smith en zanger Ray Charles. Piet Noordijk zelf doet dat met veel vertoon van kracht en tevens op een heel eigen manier door ook traditionele ballads als vuistslagen neer te zetten.
Songs als 'The Man I Love' en 'In a Mellow Tone' krijgen zo een onverwacht explosieve lading die uitstekend wordt ondersteund door zijn geweldige mede-muzikanten, met Jack van Poll op een prachtig gorgelend Hammondorgel, Martijn van Itterson op gitaar en Frans van Geest op bas. Veteraan-drummer John Engels zorgt voor het swingend/ritmische tapijt dat ook voor de overige muzikanten een grote stimulans moet hebben betekend. Met name het nummer 'Second Time Around' vormt voor mij zo een prachtige balans tussen emotie en puur technisch kunnen.
Er is kortom heel wat muzikaal plezier te beleven aan deze nieuwe cd van een van de beste altsaxofonisten van Europa. Mijn persoonlijke kritische noot betreft eigenlijk vooral het nummer 'Body and Soul' dat voor mijn gevoel een beetje teveel in onaangedane notenreeksen wordt opgelost. En dat zeker niet de overtuigende her-interpretatie krijgt als zulke andere sfeernummers als 'Georgia on my Mind' en 'Willow Weep for Me'. Het flitsende titelnummer 'Pete's Groove' is overigens een eigen compositie en komt ook nog eens terug in een speciale radiomix.
In de zestiger jaren overspoelde de Braziliaanse bossa nova de wereld, vooral door het enorme succes van de 'Girl from Epanema', zoals werd gezongen door Astrud Gilberto en haar man, zanger/gitarist Joao. Het werd een geweldige inspiratiebron en een doorbraak voor tenorsaxofonist Stan Getz, maar de basis was eerder gelegd door grote gitaristen als Laurendo Almeida en Louis Bonfa en vooral pianist, arrangeur en componist Antonio Carlos Jobim. Deze overleed tien jaar geleden en als eerbetoon aan hem brengt het ensemble Dirindi nu deze cd 'Cantar do Jobim' uit.
Het is een meeslepend album geworden met Sjoerd Dijkhuizen als een eigenzinnige wederopstanding van Stan Getz en met prachtig zingend gitaarspel van Maarten van der Grinten. Het is allerminst een slaafse nabootsing van de min of meer tot standaard verheven vroegere uitvoeringen geworden, maar een hedendaagse en zorgvuldige productie met een heel eigen klankkleur. Dit mede door het prachtige fluitspel van Friederike Darius dat als een weemoedige draad door het geheel loopt en door de heldere stem van de vocaliste Marzieh Reyhani.
Bijna vanzelfsprekend zijn alle composities afkomstig van Jobim, behalve het laatste waar Maarten van der Grinten tekent voor een eigen uitwerking op het thema van 'Dindi', een bekend Jobim-nummer. Ook de arrangementen zijn van zijn hand met enkele aanvullingen van fluitiste Friederike. Alles bij elkaar is het fijne, swingende luistermuziek met intrigerende trekjes en mooie instrumentstemmen, waarop je niet snel bent 'uitgekeken' - zoals bijvoorbeeld Sjoerd Dijkhuizen op 'Brigas Nunca Mais' en in 'Cançao em Modo Menor' een ingetogen 'samenspraak' tussen Marzieh en Maarten.
'What A Difference A Day Makes' is de titel van de nieuwe cd van Ingram Washington en het is tevens de eerste relaxte ballad die hij met zijn karakteristieke donkerbruine stem inzet. Aangevuld door de mooie lui klinkende tenorsax van Olaf Hoeks. Speciale vermelding verdient pianist Cajan Witmer, niet alleen voor zijn prachtige en ingehouden begeleiding, maar ook voor zijn verfijnde arangementen van alle 14 nummers. Dat ingehouden spel is overigens ook van toepassing op zijn andere vaste begeleiders, Peter Bjørnild op bas en Marcel van Engelen op drums.
In een drietal nummers, waaronder het mooie Nat Cole-nummer 'Unforgettable', speelt trompettist en fluegelhornspeler Mike Booth mee en weet zich hier uitstekend in de lichtelijk melancholieke sfeer in te passen. Dit geldt ook voor violist Arjen de Graaf die met zijn spel 'Autumn Leaves' - hier voor de verandering in up-tempo gespeeld - een extra dimensie weet mee te geven. Hermine Deurlo op mondharmonica doet ditzelfde in het slotnummer, 'What A Wonderful World', waar zij met ijle, aaneengeregen tonen een mooi muzikaal vlechtwerkje neerzet.
De stem van Ingram staat steeds centraal en is als een robuuste bronzen klok waarbij allereerst het lage register opvalt, maar waar tegelijk ook een helder randje in doorklinkt. In zijn langzame nummers beluister je zelfs een zekere broosheid die herinneringen oproept aan Chet Baker. Ook al door de terughoudendheid van de andere musici is het alsof de zanger als het ware even persoonlijk aanschuift bij een romantisch etentje bij kaarslicht. Hoewel we er in enkele nummers, zoals 'Our Love Is Here To Stay', toch ook aan worden herinnerd dat er in medium tempo lekker geswingd kan worden.
Ze wordt beschouwd als een der beste jazz-zangeressen van het moment en werd door zulke uiteenlopende muzikanten als George Shearing en Dave Brubeck, maar ook door Annie Ross en Benny Carter de hemel ingeprezen. En inderdaad blijkt haar dictie en stembeheersing nagenoeg ongeëvenaard, hetgeen onder andere tot uiting komt in mooie unisono's of scats met de swingende fluegelhorn van Angelo Verploegen of de wondermooie trombone van Ilja Reijngoud.
Na een eerste uptempo swinger zijn het vooral verhalende songs die vaak virtuoos, maar tegelijk ook relaxed worden gezongen. Ze wordt in dezelfde sfeer op perfecte wijze begeleid door pianist Rob van Bavel, Marius Beets op bas, Hans van Oosterhout op drums en Maarten van der Grinten op gitaar. Op enkele nummers begeleidt ze overigens zichzelf op piano, terwijl ook de doorwrochte arrangementen voor een groot deel van haar hand zijn.
Bij veel goede muziek ga je na herhaald luisteren steeds meer mooie nuances horen en dat is zeker met deze cd het geval. Verder is er een mooie afwisseling, ook in de begeleiding, maar tegelijk blijft voor mijn gevoel de nuancering en expressie wel erg strak binnen het afgesproken raamwerk. Dan zou ik wat meer van de ongesublimeerde rauwheid van een Billie Holiday willen horen of de implicite geilheid van Sarah Vaughan. Vergeleken daarmee is Nancy Marano toch een tikje te keurig.
Colette Wickenhagen, die is gezegend met een dijk van een stem, vormt samen met Clous van Mechelen, wiens saxofoonspel zelfs wanneer hij ingehouden speelt de onderliggende power laat horen, een goed stel. Wanneer ergens van synergie sprake is dan is het hier wel. Ze worden bovendien op niveau bijgestaan door de veelzijdige Nick van den Bos op piano, George van Deijl op bas en Menno Venendaal op drums, die zich moeiteloos aan alle solistische escapades weten aan te passen.
Beiden hanteren bovendien een ruim scala aan expressies en het is daarmee ook geen muziek die als een zomerbries voorbijwaait, maar die integendeel alle aandacht opeist. Wat me vooral zo bevalt is de fantastische wijze waarop de tenor van Clous de zangeres ondersteunt, soms met fraaie klanktapijten op de achtergrond of in betrokken duetten waarbij beiden laten horen inderdaad heel verschillende registers te kunnen bespelen. Colette laat daarbij ook overtuigend horen te kunnen scatten.
De keuze van de 15 songs levert veel herkenbaars op, zonder dat je het gevoel hebt dat het hier om een standaard repertoire gaat. Een derde is afkomstig van de reus Cole Porter, waaronder uiteraard de (bijna) titelsong 'Love for Sale', maar daarnaast zijn er songs van Billie Holiday, Duke Ellington, Carlos Jobim en Jon Hendricks. Hier niets van de geraffineerde distinctie van Nancy Marano, maar eerder een lekker swingende vurige deken waarmee je je lekker warm omhult...
Zoals we allemaal weten is muziek pure emotie, kun je ermee verleiden en kun je mensen erdoor laten huilen. Het tegenovergestelde is natuurlijk ook mogelijk en zelden heb ik zo'n kietelig vrolijk gevoel gekregen als bij het beluisteren van de cd van Robert Veen met zijn Aces of Syncopation, 'Kitano Walk'. De naam doet Japans aan en inderdaad is de originele compositie, waarnaar de cd is genoemd, een tribuut aan de Japanse stad Kobe waar zich het populaire Jazz Street festival afspeelt.
Zoals bekend is vooral traditionele jazz in Japan populair en dit is ook min of meer de stijl van deze cd, maar dan vooral naar de geest. Vanuit een grote traditie van speelse en melodische muziek, wordt deze hier op een ongebruikelijke wijze vertolkt, met multi-saxofonist Robert Veen op (hier vooral) sopraansax, Tom Stuip op banjo en Paul Habraken op sousafoon. De laatste weet op dit logge instrument overigens meeslepend solospel ten gehore te brengen, zoals o.a. in de mooie ballad 'I Surrender Dear'.
Robert Veen klinkt als een wederopstanding van Sidney Bechet, met een stralende en juichende toon die ook losbreekt uit meer ingehouden stukken als de 'September Song' van Kurt Weil. Mijn persoonlijke favoriet is zijn eigen 'Ché Bé', maar daarnaast is bijvoorbeeld ook het oude 'Burgundy Street Blues' van de New Orleans klarinettist George Lewis te beluisteren, maar dan op een ongewoon melodische basklarinet, waarbij Tom Stuip zijn banjo verwisselde voor een viersnarige guitaar.
Een rumba, een samba, de traditional 'St. James Infirmary', een uitdagende 'Annie Laurie', het bijna onvermijdelijke 'Petite Fleur' en een meezinger als 'Wrap your Troubles in Dreams'... aan afwisseling is hier bepaald geen gebrek. Een tweetal nummers werd op een later tijdstip met publiek opgenomen en hier lijkt de wisselwerking met de toehoorders zelfs nog enige extra dimensie toe te voegen. Om het heel kort samen te vatten: ik heb nog nooit een nieuwe cd zo vaak achter elkaar gedraaid...
Zangeres Léah Kline is ook al geen onbekende in onze club en demonstreert op haar debuut-cd haar veelzijdigheid in zowel lekker swingende jazzy nummers als 'Give me the Simple Life' als in verhalende songs als 'Peel me a Grape' en 'Pure Imagination'. In de begeleiding wordt alles uit de kast gehaald in een latin-uitvoering van 'Love for Sale' en in 'Hernando's Hideaway', met bongos, conga, djembé, trompet en trombone, waarbij aan het laatste nummer ook nog een meeslepende viool wordt toegevoegd. Vakmanschap alom en dit zeker ook van haar (Amerikaanse) begeleiders.
Het is dan ook een cd om vaak en met aandacht te beluisteren om ook de kleine nuances te ontdekken. Bijzonder zijn de mooie Ellington-song 'Prelude to a Kiss' en de original 'Call of the Muse' met als begeleiding slechts de solo-piano van John Rangel (die ook tekende voor de meeste arrangementen en de productie), de combinatie 'Tenderly' en 'Midnight Sun' met de solo-bas van Mike Valerio en 'I got rhythm' met de veelzijdige drumklanken van Lorca Hart. Op Léah's eigen website zijn van een zestal songs korte fragmenten te beluisteren. De cd is in de jazzclub te koop voor 16 euro.
Joke Bruijs mag dan het meest bekend zijn als actrice, maar ze weet zich in toenemende mate ook te profileren als zangeres, zoals enige tijd terug in onze jazzclub was te beluisteren (en daarvoor op het Goois Jazzfestival). Ook op haar fraai uitgevoerde eerste cd 'Close To Me' weet ze zich al zingend te bewijzen met bovendien fantastische begeleiders als - afwisselend - Louis van Dijk en Rob van Kreeveld op piano, Frits Landesbergen op drums en vibrafoon, Edwin Korzelius op bas, Martien Oster op gitaar, Sjoerd Dijkhuizen op tenorsax en Jeroen de Rijk op percussie.
Nog meer dan tijdens een live-optreden valt op hoe zorgvuldig haar tekstbehandeling is. Het resultaat is een rustige en sfeervolle cd waarin met het openingsnummer 'Do I Love You' al meteen een goede toon wordt gezet. Er zijn o.a. een drietal songs van Rogers en Hart, drie van Cole Porter en eentje van Ellington, dus het is duidelijk dat het hier niet de geijkte standards betreft. Erg mooi vond ik persoonlijk de ballad 'Yesterdays I Heard The Rain', met een gevoelige, ingehouden begeleiding van Louis van Dijk en een prachtig weemoedige sax van Sjoerd Dijkhuizen.
'April Dance' is de tweede opnamesessie onder eigen naam van Carl Schulze (nu 66 jaar) na 'Empty Hours' van 31 jaar geleden. Sinds hij in 1961 als lid van het Louis van Dijk kwartet in Loosdrecht de eerste prijs won als beste jazzsolist heeft hij echter niet stilgezeten. Behalve dat hij in talloze combinaties met veel Nederlandse en Amerikaanse groten samengespeelde schreef hij de nodige composities en arrangementen voor bigbands en orkesten als het Metropole Orkest. Daarnaast was hij een veelgevraagd studiomuzikant en docent op diverse conservatoria en trad hij onlangs in onze club op.
Ook op zijn jongste cd speelt hij samen samen met pianofenomeen Jean Louis van Dam, Martin Zand Scholten op basgitaar en Maarten Kruijswijk op drums. Het is duidelijk dat Schulze er een andere vibrafoonopvatting op na houdt dan Lionel Hampton of - wat eigentijdser - Frits Landesbergen. Dat is ook typisch de veelzijdigheid van een vibrafoon boven de marimba en bovendien viel voor deze cd de keuze op veel salsa-achtige uitvoeringen, een stijlsoort met wat meer attack waarmee zowel Maarten Kruijswijk als Carl Schulze in het verleden de nodige ervaringen opdeden.
Op een reünie van 'Doctor Jazz' liep ik tegen Hans Eekhoff aan die rondsjouwde met een doos vol cd's met de wat cryptische titel 'Thank you, Bix'. Deze originele productie bleek het resultaat van een belangeloos samenwerkingsverband van een groot aantal Nederlandse muzikanten dat zich met veel liefde bezighoudt met de nalatenschap van de geniale Bix Beiderbecke, die ons gelukkig - behalve de nodige opnamen van zijn spel - ook heel wat composities naliet. Deze heerlijke en bepaald niet alledaagse cd vond zijn directe aanleiding in het feit dat het 100 jaar geleden was dat hij werd geboren.
Ik heb genoten van de gevarieerde, nostalgische muziek, niet alleen van de hand van Bix zelf, maar ook van tijdgenoten. De nummers lopen van een pianosolo door Floortje Smehuijzen tot de Joep Peeters Bixband (waarbij zijn drie dochters zorgen voor een kenmerkend close-harmonykoortje). Verder horen we Ronald Jansen Heijtmajer op C-melody als de verpersoonlijking van Frank Trumbauer. Speciale vermelding verdient daarnaast 'The Beau Hunks Saxophone Soctette', met maar liefst 9 saxofonisten die dank zij de knappe arangementen van Robert Veen en Heijtmajer prachtig samenklinken... Inlichtingen Hans Eekhoff
Henk de Boer